“Europa moet meer openstaan naar de buitenwereld.” Interview met Europarlementariër Philippe de Backer

grande_bretagne_1606

Een sterker Europa kan alleen bewerkstelligd worden door meer integratie en meer samenwerking tussen de lidstaten. Dat is de visie van Philippe de Backer, Belgisch Europarlementariër voor de Open Vlaamse Liberalen en Democraten en ALDE.

Europa zal echter eerst uit de crisis moeten komen en hiervoor zal het minder in zichzelf gekeerd moeten zijn: ”We zullen moeten nadenken hoe we mensen die economisch willen en kunnen bijdragen naar hier te brengen.”

De groei van eurokritische partijen lijkt aan te geven dat een groeiend aantal stemmers niet klaar is voor meer Europa. Hoe kan ALDE duidelijker de voordelen van een sterker Europa overbrengen aan de burgers?

We hebben een heel sterk pro-Europees programma op tafel gelegd, omdat we echt geloven dat verdere Europese integratie nodig is.

Het signaal van de eurokritische partijen heeft volgens mij twee elementen. Een element van nationalisme en protectionisme, zeker langs rechts, met mensen als Le Pen en Farage die zich willen verschansen achter hun eigen nationale grenzen. In een geglobaliseerde wereld is dit natuurlijk het slechtste wat je kunt doen; die strijd verlies je op termijn altijd.

Aan de andere kant heb ik ook een signaal gezien van mensen die meer verwachtten van Europa en teleurgesteld zijn omdat een aantal zaken niet zijn opgelost. Zij vragen zich af waarom Europa er niet in geslaagd is om de financiële crisis aan te pakken, een toekomstgericht budget te presenteren of met een echt energieverhaal te komen.

Het zal niet gemakkelijker worden nu juist de eurokritische stemmen sterker zijn geworden, maar het zal nodig zijn om Europa verder te integreren op het vlak van de interne market, transport, energie, financiële diensten en de digitale economie. Om een aantal van de grote problemen op te vangen, zullen we die stap toch moeten zetten.

Sinds 2011 bent u actief als Europarlementariër en heeft u gewerkt voor de Commissie economische en monetaire zaken. Wat is volgens u de manier om economische groei te genereren?

Er zijn verschillende dingen die je moet doen en die zullen moeten gebeuren in samenwerking met de nationale staten, omdat Europa niet alles alleen kan.

In de eerste plaats zijn er nog veel Europese barrières voor ondernemerschap. De interne markt is absoluut nog niet af; dit is een project dat al vijftien jaar aan de gang is, terwijl veel landen de wetgevingen nog niet correct hebben omgezet. Hier moet echt werk van gemaakt worden.

Wat ook heel belangrijk zal zijn in de nabije toekomst is te gaan kijken hoe je de kapitaalmarkten beter kunt laten functioneren, want als bedrijven moeten gaan investeren om groei en banen te creeëren dan zullen zij daar ook de financiering voor moeten krijgen.

Om dit mogelijk te maken moet je niet méér wetgeving maken, maar juist de bestaande wetgeving eens goed evalueren om te zien hoe je bedrijven gemakkelijker kredieten kunt geven. Je zult dit systeem dus opnieuw moeten smeren.

Tot slot zullen wij, als Europa, onze positie in de wereld moeten versterken. In die zin moeten we ervoor zorgen dat in die vrijhandelsverdragen niet zo zeer de tarifaire barrières maar vooral de niet-tarifaire belemmeringen worden weggewerkt zodat onze producten gemakkelijker te exporteren zijn. Daar hebben zowel grote bedrijven als KMO’s een enorm voordeel bij.

Dit alles zal heel veel coördinatie vragen tussen het Europese en nationale beleidsniveau, maar vooral ook veel politieke moed van iedereen om die stap te zetten.

Jeugdwerkloosheid is nog steeds een groot probleem in Europa. Op welke manier kan een sterker Europa jongeren helpen?

Twintig tot dertig jaar geleden waren jongeren veroordeeld om in hun eigen land op zoek te gaan naar een baan en als er dan geen banen waren, zaten ze vast.

Vandaag is het al iets gemakkelijker voor mensen om een baan te zoeken buiten hun eigen land, in de rest van Europa. Maar er zijn ook hier nog veel obstakels. In sommige landen worden diploma’s en beroepskwalificaties bijvoorbeeld nog altijd niet erkend.

Dit leidt ertoe dat mensen voor een deel gedoemd zijn om in hun eigen land werkloos te blijven, terwijl er in andere Europese landen misschien wel mogelijkheden zijn om in dat vakgebied aan de slag te gaan.

Verder hebben mensen soms schrik om hun eigen land te verlaten, omdat ze niet weten wat er dan met hun sociale rechten en pensioen gebeurt. Er moet hier op Europees niveau voor gezorgd worden dat al deze sociale rechten gemakkelijker mee te nemen zijn en transparanter worden.

Desnoods geef je mensen een Europees rugzakje mee om die stap toch te kunnen zetten. De Europese arbeidsmobiliteit zal aangemoedigd moeten worden.

Als Europa bovendien werkt aan het versterken van de economie, dan zul je automatisch ook meer groei en banen en minder jeugdwerkloosheid krijgen.

In Amerika zijn veel grote bedrijven opgericht door mensen met een migrantenachtergrond. Wat voor klimaat moet Europa creeëren om dit soort mensen makkelijker een onderneming te laten starten?

Ondernemers met een migrantenachtergrond zijn bijzonder belangrijk, omdat je meer en meer ziet dat zij niet alleen een stuk vooruitgangsoptimisme brengen, maar ook dikwijls de link helpen maken met markten buiten Europa.

Hierdoor kan het gemakkelijker worden om uiteindelijk die stap te zetten om echt internationaal te worden. En dat hebben we juist nodig: bedrijven die niet zozeer kijken in hun eigen achtertuin, maar juist heel breed kijken en de wereld echt beschouwen als een eigen markt.

Maar allereerst zul je de competitiviteit en aantrekkelijkheid van Europa moeten blijven versterken, want mensen ondernemen niet in een slechte economische situatie, of in ieder geval een stuk minder.

Vervolgens kun je een onderscheid maken tussen asiel en migratie. Wat asiel betreft, ben ik van mening dat Europa mensen die in hun eigen land om wat voor reden dan ook vervolgd zijn geweest, een toevluchtsoord moet kunnen bieden.

Op het vlak van migratie zal een veel slimmer beleid gevoerd moeten gaan worden. Vandaag zijn we nog veel te veel ’Fort Europa’ dat teveel in zichzelf gekeerd is. We zullen steeds meer moeten openstaan naar de buitenwereld toe.

We zullen moeten nadenken hoe we mensen die economisch willen en kunnen bijdragen op een goede manier naar hier te brengen en hier zal een Europese strategie voor moeten komen.

Het Europees Parlement heeft de nominatie van de Spitzenkandidaten altijd gesteund. Hoe groot is de kans dat een van hen daadwerkelijk de volgende voorzitter van de Commissie wordt? Is volgens u Juncker de juiste keuze?

Ik ben natuurlijk liberaal, dus Juncker is niet mijn eerste keus. Mijn eerste keus was Guy Verhofstadt, maar je moet de spelregels van de democratie respecteren en dat wil zeggen dat de grootste fractie als eerste de kans krijgt om een kandidaat naar voren te schuiven.

Wij zullen Juncker beoordelen op het voorstel dat hij doet. Het is altijd het Parlement dat het werkingsprogramma van de Europese Commissie moet goedkeuren. Het is niet de Raad die dat voorstelt.

Dat is wel heel belangrijk om te onthouden, want de Raad probeert nu een spelletje te spelen door die twee aan elkaar te koppelen. Ik denk dat dat een foute stelling is.

Dit wijst erop dat de Raad niet klaar is voor een volgende stap in de democratie op Europees niveau. Je kunt niet eerst tegen mensen zeggen dat ze kunnen meestemmen en meebeslissen over wie de volgende voorzitter van de Commissie wordt en dan zeggen: ’Het was maar voor te lachen, we gaan nu iets anders doen.’ Het zou echt een fundamentele fout zijn als men daar nu van af zou wijken.

Ik hoop dat de Raad bij zinnen komt om dat systeem toch te aanvaarden en Juncker in eerste instantie de kans geeft om een meerderheid te vinden zowel in de Raad als in het Parlement.